Raad van State: ministerie moet schoolbesturen 250 miljoen aan achterstallige personeelskosten betalen

5 uren geleden 2

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap moet basisscholen 250 miljoen euro nabetalen aan achterstallige personeelskosten. Dat blijkt uit een uitspraak deze woensdag van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die hiermee een eerdere uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland bevestigt. De zaak was aangespannen door 222 schoolbesturen.

Mocht het ministerie besluiten ook alle andere schoolbesturen in Nederland het achterstallige geld te betalen, dan kan het bedrag oplopen tot 600 miljoen euro, blijkt uit een berekening van de PO Raad, de belangenorganisatie voor het primair onderwijs. Dat zou een forse tegenvaller zijn voor het kabinet, dat naar verluidt al te maken krijgt met andere tegenvallers bij de Voorjaarsnota.

Staatssecretaris Judith Tielen (VVD), verantwoordelijk voor het basisonderwijs, wilde woensdagochtend nog niet reageren, omdat het ministerie de uitspraak nog moet bestuderen. Volgens haar woordvoerder is er nog geen dekking gevonden voor de 250 miljoen euro die volgens de Raad van State moet worden nabetaald. Daarnaast is nog niet duidelijk of de uitspraak ook geldt voor andere schoolbesturen in Nederland.

Volgens advocaat Tom Barkhuysen van advocatenkantoor Stibbe in Amsterdam, die de scholen bij de zaak vertegenwoordigde, komt er bovenop de 250 miljoen euro die het ministerie sowieso zal moeten nabetalen, nog rente. „Het geld moet linksom of rechtsom worden betaald”, zegt hij.

Lees ook

‘Regelmatig dacht ik: dit kun je echt niet verkopen aan leerlingen en ouders’, vertelt een oud-medewerker van bijlesbedrijf Lyceo

Nieuwe bekostigingssystematiek

Het gaat om geld dat scholen in augustus tot en met december 2022 hadden moeten krijgen. Dat het ministerie dit niet uitbetaalde, komt doordat scholen tot juli 2022 per maand werden uitbetaald, maar niet iedere maand evenveel. Over de eerste vijf maanden van het schooljaar (augustus tot en met december) kregen ze altijd iets minder geld en in de laatste zeven maanden wat meer.

Vanaf 2023 ging het ministerie over op een nieuwe bekostigingssystematiek, waarbij de schoolbesturen werden uitbetaald per kalenderjaar, zodat dit synchroon ging lopen met de begrotingsjaren van het ministerie. Bij die overgang kregen de scholen achteraf geen compensatie voor het lagere bedrag dat ze in augustus tot en met december 2022 hadden ontvangen. Daardoor kwamen ze voor die maanden ruim 7 procent tekort.

De 222 schoolbesturen die een zaak aanspanden, stelden dat ze forse schade opliepen door het tekort aan bekostiging. Sommige besturen zagen zich genoodzaakt personeel te ontslaan of investeringen in het onderwijs uit te stellen. De rechtbank Midden-Nederland oordeelde in 2024 al dat het ministerie de scholen het geld alsnog moest uitbetalen, maar de toenmalige staatssecretaris van OCW was daartegen in beroep gegaan. De Raad van State heeft het ministerie nu nogmaals in het ongelijk gesteld.

Lees ook

Lerarentekort daalt verder, maar probleem speelt nog steeds, vooral in Randstad

Er is nog steeds een fors lerarentekort in het basisonderwijs.
Lees het hele artikel