Veel kiezers hebben helemaal geen zin om te kiezen. ‘Wat gaan jullie veranderen dan?’

3 uren geleden 1

Milad Josof Ebrahiem (36), wit overhemd, donkerblauw vest met rits, beweegt zich soepel over de drukke West-Kruiskade. Hij woont in dit westelijk deel van Rotterdam, zijn oude kapper zit er, hij komt bekenden tegen, spreekt zeven talen (Farsi, Pasjtoe, Urdu, Nederlands, Engels, en wat Arabisch en Hindi).

Toen hij als nummer 18 op de kandidatenlijst van D66 belandde – een niet zo verkiesbare plek – besloot hij de stad in te trekken om mensen in ieder geval te vertellen dát ze moeten stemmen, op wie dan ook.

In deze winkelstraat zegt vrijwel niemand volmondig ja op zijn vraag of ze gaan stemmen.

Vier jaar geleden daalde het opkomstpercentage bij de gemeenteraadsverkiezingen naar een nieuw dieptepunt. In heel Nederland bracht slechts 51 procent van de kiesgerechtigden hun stem uit, tegenover 55 procent in 2018. In vier gemeenten was de opkomst niet hoger dan 40 procent: in Almere (39,8), Roosendaal (39,7), Helmond (39,2) en Rotterdam (38,9).

Op sommige plekken, zoals in wijken in het zuiden en westen van Rotterdam, ging zelfs maar 20 procent stemmen. In Helmond-Oost bleef de opkomst steken op 27 procent. Waarom stemmen mensen niet? Wat kunnen gemeenten doen om meer mensen het stemhokje in te krijgen? En hoe voeren kandidaten voor de gemeenteraad campagne als de opkomst zo laag is?

„Ik wil mijn stem niet verloren laten gaan, maar ik vind geen enkele partij goed”, zegt Devika Sardham, 53 jaar, op een bankje in het park aan de West-Kruiskade. „Iedereen belooft maar wat en als het erop aankomt doen ze hun eigen ding.”

Sardham is net terug uit Suriname, haar „oude” ouders wonen daar, ze heeft wel wat anders aan haar hoofd dan de verkiezingen.

Ebrahiem stelt zich voor, vertelt dat hij kandidaat-raadslid is voor D66. Sardham, fel: „Mag ik iets vragen aan ú? Hoe komt het dat ze vaak mooie dingen beloven en als puntje bij paaltje komt laten ze ons, de mensen die het moeilijk hebben, zitten?”

„Overal is het zo, overal is het zo”, herhaalt Pauline Donk (72) naast haar op het bankje, ze werkte met kinderen. Sardham noemt Donk haar derde moeder. Sardham had een stollingsziekte, haar zaak ging ten onder en nu wil ze het opnieuw proberen, als „huidspecialist, voeding en coaching”. „Ze”, dat is nog steeds de overheid, „zeggen bijvoorbeeld ‘zó goed dat je ondernemer wil worden’ maar bieden geen financiële steun.”

Hier begint Ebrahiem aan zijn uitleg over coalities en compromissen. „Stel: veiligheid is je prioriteit. Maar na de verkiezingen moet je een meerderheid vormen. Dan moet je punten uitwisselen ten gunste van een stabieler kabinet.”

Sardham: „Ja, je moet er onderling samen uit zien te komen”.

Als een partij veel stemmen krijgt, kunnen ze ook meer plannen uitvoeren, legt Ebrahiem uit. Zijn partij zorgde er bijvoorbeeld voor dat je hier als vrouw na acht uur ’s avonds weer kan lopen, zegt hij . „Ja, het dubbel parkeren werd ook minder”, zag Donk.

Sardham krijgt een bijstandsuitkering, daar is ze dankbaar voor, net als voor Trevvel, het ziekenvervoer. Maar alles wordt minder. De hulp aan ouderen in tehuizen bijvoorbeeld. Ze worden niet op tijd verschoond.

Donk: „Omdat ze minder tijd hebben”.

Sardham: „Omdat ze de deuren hebben geopend voor iedereen om te komen.”

Ebrahiem groeide op in wat hij een volksbuurt noemt, in het noorden van de stad. Hij heeft een marketingbureau en is bezig een Afghaans cateringbedrijf op te richten. Hij zegt: „In andere landen hebben verkiezingen helemaal geen consequenties.”

Sardham: „Dat klopt. Het lijkt me ook niet makkelijk om politicus te zijn.”

Wat doet Donk? „Wat zij zegt: ik ga mijn stem niet verloren laten gaan.”

Ebrahiem loopt door, richting de telefoonwinkel, waar een twintiger voor de deur zegt dat hij geen verstand van politiek heeft. Ook hij heeft „nog geen kans gehad” ernaar te kijken. „Het is wel verplicht, anders gaat je stem naar iemand anders, dat weet ik wel.”

De gemeente Rotterdam doet er in de weken voor de verkiezingen van alles aan om mensen naar de stembus te halen. De gemeente gaf bibliotheken, mbo’s en lokale media geld om extra aandacht aan de verkiezingen te besteden, er komt een nachtstembureau en een mobiele stembus langs zorginstellingen. Een meet & greet met de burgemeester.

Mbo-studenten in de de gemeenteraad van Helmond.

Foto Merlin Daleman

VIP’s in Helmond

De opkomst verhogen, dat lukt niet enkel in de laatste weken voor de verkiezingen, bedacht de gemeente Helmond. Daar kwamen de afgelopen vier jaar een burgerberaad en een jongerenparlement. Raadsleden gaan op wijkbezoek en iedere raadsvergadering worden tweehonderd willekeurige inwoners uitgenodigd om aanwezig te zijn. Zij krijgen een „VIP-behandeling”, aldus de gemeente op haar website: de ‘gasten’ worden ontvangen door twee raadsleden en de burgemeester komt handen schudden.

Rond de verkiezingen organiseert de gemeente debatten en er is een lokale verkiezingskrant gedrukt. Op verkiezingsdag kan iedere inwoner gratis met een busje naar een stemlokaal.

Op deze vrijdagochtend, ruim twee weken voor de verkiezingen, is een groep van dertig volwassen studenten van het plaatselijke ROC Ter Aa op bezoek in de raadszaal. De groep bestaat uit inburgeraars en een groep mensen die vrijwillig de Nederlandse taal aan het leren zijn – veelal migranten uit de EU die vanwege werk naar Nederland zijn verhuisd. Ze gaan een raadsvergadering naspelen.

Het programma wordt geleid én betaald door ProDemos, de voorlichtingsorganisatie voor rechtsstaat en democratie. „Wie weet wat er in deze zaal gebeurt?”, vraagt Wout de Vries van ProDemos. En stel, er is een probleem in de gemeente, zoals een gat in de weg, wat gebeurt er dan? Gaat de raad dan vergaderen, of verzint de wethouder eerst een oplossing?

Een stembiljet gaat rond. „Wie weet wat dit is?” Dat weten de meesten wel. Een deel mag ook stemmen op 18 maart. Anders dan bij landelijke verkiezingen mag iedere achttienplusser die minstens vijf jaar (legaal en onafgebroken) in Nederland woont stemmen, ongeacht nationaliteit.

In de raadsvergadering die volgt mogen de ‘raadsleden’ beslissen over de bouw van zestig appartementen aan de rand van een park. Stefanie Brugmans, daadwerkelijk raadslid voor de lokale partij Helder Helmond, zit op de stoel van de wethouder en presenteert het plan.

Voor een aantal mbo’ers is de discussie over woningbouw niet nieuw, blijkt als de studenten onderling overleggen. De Poolse Izabela (46) en de Amerikaanse Mandy (48) – ze willen om privacyredenen niet met achternaam in de krant, maar hun volledige namen zijn bekend bij de redactie – wonen allebei in Brandevoort, een vijfentwintig jaar oude vinexwijk aan de rand van de stad. Daar moeten vierduizend nieuwe woningen verrijzen.

Eerst zouden sommige woontorens er twaalf verdiepingen krijgen, maar dat heeft de gemeente teruggeschroefd naar zes. Goed, vindt Izabela. „De rest van Brandevoort is niet zo hoog.” Mandy vindt het belangrijk dat de architectuur van de nieuwe wijk past bij het oude gedeelte.

Izabela denkt erover om dit jaar voor het eerst te gaan stemmen, ze weet alleen nog niet op welke partij. Ze is zeven jaar geleden met haar Spaanse man naar Nederland verhuisd, vanwege zijn werk bij ASML. Ze hoort hier dat Helmond een stemwijzer heeft, die gaat ze invullen. „Misschien kom ik er dan achter welke partij bij me past.”

Mandy deed bij de landelijke verkiezingen in november ook al een stemwijzer, daar kwam ze uit op Denk. Een partij voor „all immigrants”, zegt ze. „Grappig, hè. Ik denk alleen niet dat Denk ook hier meedoet.” Het tegendeel blijkt waar. „Dan ga ik er misschien weer op stemmen.”

Hun groep stelt voor het plan van de wethouder aan te passen en meer de hoogte in te bouwen, dat betekent meer ruimte voor het park. Ook willen ze seniorenwoningen en op de bovenste verdieping een eetcafé.

Dure boodschappen

Op de West-Kruiskade komen Ilham Douhoucha (24) en haar 52-jarige moeder Ebrahiem arm in arm lachend tegemoet gelopen. Douhoucha weet niet of ze gaat stemmen. „Onze mening doet er niet toe, we stemmen al jaren, er verandert nooit iets.” Ze noemt de dure boodschappen, de schietpartijen, de opstandige jeugd. „Er wordt niet streng gehandhaafd.”

Ze vraagt zich af waarom ze alweer moet stemmen, D66 heeft pas net gewonnen. Ebrahiem: „Dit is voor de gemeenteraad, het gaat over lokale politiek, betaalbare woningen, kleine ondernemers, geweld tegen vrouwen.” „Maar wat gaan jullie veranderen dan?”

„Nieuwe woningen bouwen bijvoorbeeld.” Waar dan? Hij noemt de leegstaande panden, zij de onnodige winkels. Het gesprek komt op het geweld tegen vrouwen.

Douhoucha: „Vrouwen praten daar niet graag over. Hoe gaat u ingrijpen als ze er niet over praten?”

Ebrahiem: „De lokale overheid kan het vrouwen makkelijker maken om een melding te doen. En er kwamen bijvoorbeeld bussen in de stad. Als vrouwen worden lastig gevallen, kunnen ze naar die bus gaan.”

„Oké, van welke partij bent u?” Hij geeft haar zijn D66-kaartje, met zijn 06-nummer erop.

Ze gaat stemmen dan?

„Zeker. Hopelijk komt er verandering.”

In de Helmondse raadszaal zijn de mbo-studenten het eens geworden over het appartementencomplex. Het moet een toren worden met meer dan zestig appartementen, voor iedereen: gezinnen, jongeren en senioren, met een deel sociale huur, een ondergrondse parkeergarage en een eetcafé bovenin. „Ik maak me wel zorgen over de kosten”, zegt raadslid Stefanie Brugmans, die de wethouder speelt.

Brugmans doet mee aan de klassenbezoeken „om de toegankelijkheid richting ons duidelijk te maken”. Haar partij, Helder Helmond, zoekt het hele jaar door inwoners op, zegt ze. „Bij buurtcafés en dergelijke.”

In verkiezingstijd maken ze filmpjes op sociale media. Ze maakten zelfs een rap (‘Helmond Stemt’) met een lokale hiphopartiest. In de laatste weken voor de verkiezingen bezoeken ze alle wijken minstens twee keer, om te flyeren. „Onze boodschap is dan: ga stemmen, het maakt niet uit op welke partij.” Aanbellen doen ze niet, zegt burgerraadslid Jeroen Lenssen van Lokaal Sterk Helmond, die ook meedeed met het klassenbezoek. „We willen niet opdringerig overkomen.”

De raadsleden zoeken de oorzaak van de lage opkomst in het gebrek aan vertrouwen bij de inwoners. Brugmans: „Het gevoel is dat er niet altijd met, maar over inwoners gesproken wordt.” Wat ook niet meehelpt, denkt Lenssen, is dat de PVV niet meedoet aan de verkiezingen. „Wij zijn echt een PVV-stad. Inwoners zeggen tegen me: ‘Luister Jeroen, ik vind jou kei aardig en ik weet wat je allemaal voor de gemeente doet. Maar ik ben een PVV-stemmer, dus ik kom niet.’”

Helmonders weten ook lang niet altijd wat de gemeente doet. Waar de raad invloed heeft, en waar niet. Tijdens carnaval ontstond er tumult toen de politie praalwagens zonder kenteken beboette. Lenssen: „Dat is landelijke regelgeving, maar de gemeente wordt erop aangesproken. Eén op één krijg je wel aan mensen uitgelegd dat wij daar niks over te zeggen hebben. Maar het nieuws komt bij duizend mensen terecht en wij praten misschien met honderdvijftig mensen. De rest ben je kwijt.”

Lees het hele artikel