Als AI dít allemaal kan, waar ben ik dan nog voor nodig? Die vraag hangt boven veel goedbetaalde banen.
Kunstmatige intelligentie wordt zó snel zó handig in software coderen, dat beleggers in Amerikaanse softwarebedrijven hun aandelen verkochten. Want ja, wie huurt nog developers in als je AI gewoon kan vragen: bouw een app. Schrijf software. Tot voor kort waren mensen nog nodig om te corrigeren waarmee AI kwam aanzetten. Maar nu, zeggen Amerikaanse AI-ondernemers, worden AI-programma’s zo goed, dat zeker een deel moet vrezen voor hun baan. En dat gaat gelden voor meer hoogopgeleiden, waarschuwen ze.
Natuurlijk zeggen AI-verkopers dat AI fantastisch is. En een korrel zout is gerechtvaardigd. Maar er zijn meer mensen die de nieuwste AI indrukwekkend vinden. Er zijn inmiddels AI-agents die je met een opdracht op pad kan sturen. Die kunnen samenwerken met andere agents, of met elkaar handelen. Uhhh.
Doem!
Twee Amerikaanse doemessays werden de afgelopen weken veel gedeeld. Centrale vraag: als AI zo snel en zo slim wordt, hoeveel toegevoegde waarde hebben mensenhersenen dan? Er dreigt een intelligentiecrisis, was de waarschuwing in een van die essays.
Er zijn genoeg redenen om te verwachten dat AI grote verandering teweegbrengt. Net als eerdere revolutionaire nieuwe technologieën zoals elektriciteit, computers en internet. Maar een ‘baanapocalyps’, zo ver zijn we nog niet.
De geschiedenis laat zien dat het tijd kost voor een revolutionaire nieuwe technologie de economie en de arbeidsmarkt drastisch verandert. Dat gebeurde bij de uitvinding van elektriciteit pas toen fabrieken hun productieproces aanpasten. Of toen computers en internet het voorraadmanagement van bedrijven efficiënter maakten.
„Het duurt vaak langer dan mensen denken”, zegt hoogleraar Anna Salomons. Ze onderzoekt de impact van nieuwe technologie op de arbeidsmarkt. „Bedrijven moeten investeringen doen, het werk anders organiseren. Ja, AI ontwikkelt zich snel, maar mensen vervangen door AI heeft ook grote risico’s voor bedrijven. Stel dat AI een datalek zoals dat bij Odido veroorzaakt. Wie is dan aansprakelijk?” De snelheid van verandering wordt niet bepaald door de snelste, maar vaak door de langzaamste factoren in de economie.
Tijdens de aanpassing aan de nieuwe technologie verdwijnen veel banen en dat is superpijnlijk, zegt Salomons. Door de digitalisering na 1980 kromp bijvoorbeeld het midden van de arbeidsmarkt. „Dat was enorm disruptief. Omschakelen is voor mensen heel kostbaar. Ze hebben decennialang kennis en vaardigheden opgebouwd die minder nodig zijn.” Hoogopgeleiden waren in die golf de grote winnaars. „Die gingen meer verdienen. De ongelijkheid nam toe.”
Er komen ook banen bij, en nieuwe beroepen. Maar liefst 60 procent van de huidige werkgelegenheid bestaat uit banen die tachtig jaar geleden niet bestonden, ontdekte Salomons. Als de productiviteit door de nieuwe technologie toeneemt, neemt de koopkracht toe. „Mensen denken: we kunnen met minder mensen produceren, dus dan zijn er minder banen. Maar consumenten zijn onverzadigbaar. We zouden veel minder banen hebben als we de levensstandaard zouden accepteren van 1950.” Maar inmiddels hebben we computers in huis, reizen we meer, gaan we vaker naar de psycholoog.
De vraag neemt ook toe
We hebben een latente vraag naar van alles dat we nu nog te duur vinden, constateerde econoom Bouke Klein Teeselink in de Financial Times: financiële planning, gezondheidscoaches, binnenhuisarchitecten. Als ondersteuning door AI die diensten goedkoper maakt, kan de vraag enorm toenemen.
Neem een beroemd voorbeeld: radiologen. Tien jaar geleden werd gedacht dat AI net zo goed scans kon bekijken. Maar een fout heeft zeer grote gevolgen, dus bleven radiologen nodig. Ze konden met hulp van AI wel sneller werken, waardoor ze juist méér werk kregen. Artsen dachten vaker: even een scan laten maken.
Zo zou het nu weer kunnen gaan: ingrijpende verandering die grote groepen pijnlijk raakt, maar niet ‘het einde van werk’. Dat einde is al vaker voorspeld maar nooit uitgekomen. Salomons: „Mensen trekken grote conclusies omdat iedereen onder de indruk is van wat AI kan. Maar brede toepassing stuit op obstakels. Neem zelfrijdende auto’s, superindrukwekkend, maar hier rijden ze nog niet. Wel krijgen auto’s meer zelfrijdende elementen, zoals remmen als een botsing dreigt.”
Toch zijn er serieuze economen die een reële kans zien dat AI niet alleen veel denkwerk vervangt, maar met behulp van robots ook veel fysiek werk. En zich afvragen hoe mensen dan een doel in het leven vinden. „We moeten eerlijk zijn, we weten niet hoe AI de economie verandert. Ik vind het moeilijk me een wereld voor te stellen waarin mensen weinig meer toe te voegen hebben. Een werknemer uit de jaren vijftig zou in onze huidige economie vrijwel nutteloos zijn. Maar mensen leren bij. Bovendien doet AI voorspellingen, getraind met gestolen data, waarvoor mensen moeite hebben gedaan en niet voor betaald zijn. Wij kunnen veel zónder die data.”
De AI-revolutie is zo ingrijpend dat je die niet kan overlaten aan bedrijven, vindt Salomons. „Technologie is geen natuurkracht die ons overkomt. We kunnen en moeten het sturen. AI kan helpen bij personeelstekorten in de zorg en het onderwijs, maar alléén als overheden dat aanjagen. Nu wordt 90 procent van de investeringen gedaan door bedrijven, en maar 10 procent door overheden.”
AI kan de ongelijkheid vergroten als vooral de eigenaren van AI profiteren en werknemers niet. Cruciaal is of AI wordt ontwikkeld om professionals te vervangen of juist om ze te ondersteunen. „AI-programma’s voor radiologen zorgden aanvankelijk voor slechtere resultaten. Radiologen vertrouwden het oordeel van AI niet als AI het goed had, en wel als die het fout had. Dat kwam omdat de AI was ontworpen om radiologen te vervangen, niet om ze te ondersteunen. Een ontwerpfout.”
We weten niet hoe de AI-samenleving eruitziet. Maar over één ding zijn veel economen die erover nadenken het eens: áls er tijd is voordat AI alles op zijn kop zet, dan moeten we die tijd gebruiken om AI een kant op te sturen die mensen verheft, in plaats van overbodig maakt.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/04131814/060326ECO_2031792744_6.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/06095836/060326VER_2032088083_vno.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/05150953/060326ECO_2031955291_3.jpg)

:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/bvhw/wp-content/blogs.dir/114/files/2019/07/roosmalen-marcel-van-online-homepage.png)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/04130757/050326DEN_2031477535_hermans.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/04125957/040326BIN_2031524129_raadutrecht3.jpg)

English (US) ·